PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Boter als smeervet bij cardiovasculaire risicofactoren en in functie van dieetinterventies
Author(s): MULLIE P, MULS E, VANSANT G, GRIVEGNÉE A-R, AUTIER P
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 59    Issue: 6   Date: 2003   
Pages: 395-401
DOI: 10.2143/TVG.59.6.5001567

Abstract :
Tussen september 1998 en februari 2000 werden huisartsen, afgestudeerd sinds 1965, via mailing gecontacteerd om deel te nemen aan een epidemiologisch onderzoek over cardiovasculaire risicofactoren en over leefgewoonten (CHD-Monitor). In dit artikel worden de resultaten voorgesteld over het gebruik van boter als broodsmeersel, zoals onderzocht werd in de Coronary Heart Disease Monitor (CHD-Monitor) bij een groep niet-geselecteerde patiënten. In Wallonië gebruikten 751 personen regelmatig boter op de boterham (35,7%), in Vlaanderen 380 personen (13,4%) en in Brussel 190 personen (32,7%) (verschil tussen Vlaanderen en Wallonië en Vlaanderen en Brussel: p<0,0001).
Bij Waalse patiënten met een coronaire pathologie en/of met diabetes neemt één op drie nog steeds regelmatig boter op de boterhammen (in Vlaanderen is dit slechts één op tien). Bij Vlaamse mannen daalt het gebruik van boter in functie van de leeftijd, een tendens die niet voorkomt bij Waalse mannen. Rokers lopen een verhoogd risico van coronaire morbiditeit en mortaliteit; zowel Vlaamse als Waalse rokers gebruiken vaker boter op hun boterhammen in vergelijking met niet-rokers (meer dan vier Waalse rokers op tien gebruiken boter) (verschil tussen rokers en niet-rokers: p<0,001 voor alle regio's). Deze gegevens bevestigen de regionale verschillen in boterconsumptie die aangetoond werden in epidemiologische studies in de jaren zestig en zeventig.
Gezien het gehalte aan verzadigde vetten, zal het dagelijks gebruik van boter het in acht nemen van de norm voor verzadigde vetten bemoeilijken.





Butter consumption on bread slices in function of cardiovascular riskfactors and in function of dietary intervention
Between September 1998 and February 2000, Belgian general practitioners (GPs) who graduated since 1965 were contacted by mail to participate in an epidemiological study on cardiovascular and behavioural risk factors (the Coronary Heart Disease Monitor or CHD-Monitor).
In this article, we present data from the CHD-Monitor related to the consumption of butter on bread slices. In Wallonia 751 persons (35,7%) smear regularly butter on their daily slices of bread, in Flanders 380 (13,4%) and in Brussels 190 (32,7%) (p<0,0001 for the difference between Flanders and Wallonia and for Flanders and Brussels).
In Wallonia one third of the patients with a coronary pathology and/or with diabetes mellitus declared using butter on a regular basis, in contrast to Flanders where only 1 per ten persons with the same disease(s) declared himself a consumer. The use of butter decreases with age for men in the Flanders, in contrast to Wallonia. Smokers have a spontaneously increased risk for coronary disease and mortality; moreover, they use as well in Flanders as in Wallonia more frequently than non-smokers butter on their bread slices (more than four out of 10 smokers use butter) (difference between smokers and non-smokers is significant p<0,001 for Flanders and Wallonia).
These data confirm the regional differences in butterconsumption which were demonstrated in the Belgian epidemiologic studies of the sixties and seventies. Considering the content of saturated fatty acids in butter, the regular use of butter does not make it possible to respect the norm for saturated fatty acids.

download article




34.228.115.216.