PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Prematuren, wiegendood en thuismonitoring
Author(s): VAN REEMPTS P, NAULAERS G, ALLIËT P, VANDENPLAS Y, WERKGROEP VOOR STUDIE EN PREVENTIE VAN INFANTIELE MORTALITEIT IN VLAANDEREN
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 59    Issue: 22   Date: 2003   
Pages: 1380-1386
DOI: 10.2143/TVG.59.22.5001734

Abstract :
Wiegendood is in 2000 in het Vlaamse Gewest gedaald tot 0,69 per duizend levendgeborenen en dit mede dankzij preventiecampagnes. Prematuren blijven epidemiologisch en door hun perinatale problematiek een verhoogd risico lopen van plotse dood tijdens de zuigelingenleeftijd.
Of apneus en bradycardieën bij de prematuur hierbij een rol spelen is niet duidelijk. Sommige prematuren vertonen tijdens hun eerste levensmaanden levensbedreigende fenomenen ("apparant life threatening events" (ALTE)). Eenmalige slaapstudies kunnen het risico hiervoor onvoldoende opsporen. Cardiorespiratoire geheugenmonitoring kan tijdens dergelijke voorvallen hoorbare alarmsignalen geven met gelijktijdige registratie van de cardiale en respiratoire gegevens, die op hun beurt bij uitlezing van de gegevens aanwijzingen geven om eventueel verdere gepaste diagnostiek uit te voeren.
Alhoewel de geregistreerde voorvallen meestal voorbijgaand zijn, is niet geweten of zij zonder gevolg blijven voor de algemene ontwikkeling. Aangezien een wetenschappelijke eensgezindheid ontbreekt, is het te rechtvaardigen dat voor bepaalde ex-prematuren, zoals deze met een extreem laag geboortegewicht of met onderliggende chronische longziekte, gebruikgemaakt wordt van een continue thuisevaluatie met cardiorespiratoire geheugenmonitoring, eventueel in combinatie met zuurstofsaturatiemeting. Daarbij moeten de richtlijnen ter preventie van wiegendood (vermijden van roken, buikligging, te hoge omgevingstemperatuur…) steeds toegepast worden.





Prematurity, sids and home monitoring
Prevention campaigns have decreased the incidence of the Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) to 0.69 per 1000 life births in the Flemish region of Belgium. Premature infants remain a high risk subgroup for sudden death during infancy, mainly due to their prematurity and the concomitant perinatal problems.
Whether apneas and bradycardias can be considered as significant predictors is still not clear. A number of premature infants present cardiorespiratory events or so-called "apparent life threatening events" (ALTE) during the first months of life. The risk for these events can not be determined by a single polysomnography. Cardiorespiratory monitors with a memory capacity can document such events. The alarm furthermore can alert the caregiver to perform further appropriate diagnostic work up.
Although these events usually are transient in nature, it remains unknown whether they exert longterm consequences on the neurobehavioral development of the infant. Although a scientific consensus is still lacking, it seems justifiable that premature infants with an extremely low birth weight or chronic lung disease are continuously evaluated at home using recording cardiorespiratory monitors, possibly in combination with an oxygen saturation pulse oximeter. Measures to prevent sudden infant death (avoidance of smoking, prone position, high temperature…) remain of course mandatory.

download article




3.80.128.196.