PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issue

Document Details :

Title: Medische besluitvorming rond het levenseinde in zes Europese landen: een beschrijvend onderzoek
Author(s): VAN DER HEIDE A, DELIENS L, FAISST K, NILSTUN T, NORUP M, PACI E, VAN DER WAL G, VAN DER MAAS PJ, EURELD CONSORTIUM
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 3   Date: 2004   
Pages: 235-245
DOI: 10.2143/TVG.60.3.5001802

Abstract :
Wij onderzochten het voorkomen en de belangrijkste kenmerken van medische besluitvorming rond het levenseinde in zes Europese landen: België (Vlaanderen), Denemarken, Italië, Nederland, Zweden en Zwitserland.
In alle onderzochte landen werd uit een sterfteregistratiebestand een steekproef genomen en gestratificeerd naar de oorzaak van overlijden. De behandelend arts ontving een schriftelijke vragenlijst over medische beslissingen die mogelijk aan het overlijden van de patiënt waren voorafgegaan.
Het responspercentage bedroeg 75% in Nederland, 67% in Zwitserland, 62% in Denemarken, 61% in Zweden, 59% in Vlaanderen, en 44% in Italië. In totaal werden 20.480 sterfgevallen onderzocht. In alle landen deed het overlijden zich in ongeveer een derde van de gevallen plotseling en onverwacht voor. De percentages sterfgevallen die werden voorafgegaan door een medische beslissing rond het levenseinde liepen uiteen van 23% (Italië) tot 51% (Zwitserland). Het toedienen van medicamenten met het uitdrukkelijke doel daarmee het levenseinde te bespoedigen kwam voor bij 1% (of minder) van alle sterfgevallen in Denemarken, Italië, Zweden en Zwitserland, bij 1,82% in Vlaanderen en bij 3,40% in Nederland. De mate waarin beslissingen werden besproken met patiënten, familie en andere zorgverleners bleek te verschillen tussen landen.





End-of-life decision-making in six European countries: descriptive study
Empirical data about end-of-life decision-making practices are scarce. We studied the incidence and main background characteristics of end-of-life decision-making practices in six European countries: Belgium (Flanders), Denmark, Italy (four areas), the Netherlands, Sweden and Switzerland (German speaking part).
In all participating countries, death cases that were reported to death registries were stratified for cause of death (except in Switzerland) and samples were drawn from each stratum. The reporting physicians received a mailed questionnaire about the medical decision-making that had preceded the death of the patient involved. The data collection procedure precluded identification of any of the physicians or death cases. All deaths occurred between June 2001 and February 2002.
The response percentage was 75% for the Netherlands, 67% for Switzerland, 62% for Denmark, 61% for Sweden, 59% for Belgium and 44% for Italy. The total number of deaths studied was 20,480. Death occurred suddenly and unexpectedly in about one third of deaths in all countries. The percentage of deaths that were preceded by any end-of-life decision varied between 23% (Italy) and 51% (Switzerland). Administration of drugs with the explicit intention of hastening death occurred in all countries, but the rates vary: the incidence was about 1% or less in Denmark, Italy, Sweden and Switzerland, 1.82% in Belgium and 3.40% in the Netherlands. Large variations were found in the extent to which decisions are discussed with patients, relatives and other caregivers.
Medical end-of-life decisions are reported to precede dying rather often in all participating countries. Patients and relatives are more often involved in the decision-making in countries where the incidence is relatively high.

download article




54.82.119.116.