PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Optimalisatie van de antitumornecrosisfactor-alfa-behandeling bij inflammatoire darmziekten
Author(s): NAESSENS B, VERMEIRE S, VAN ASSCHE G, RUTGEERTS P
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 17   Date: 2004   
Pages: 1247-1255
DOI: 10.2143/TVG.60.17.5001960

Abstract :
Infliximab, een chimerische monoklonale anti-TNF-a-antistof, is aangewezen voor de behandeling van therapieresistente luminale ziekte van Crohn of van fistuliserende ziekte van Crohn. Voor patiënten met luminale ziekte is één enkel infuus infliximab aan een dosis van 5 mg/kg efficiënt; voor patiënten met fistuliserende ziekte van Crohn worden drie infusen (week 0, 2 en 6) aangeraden. Aangezien de meeste patiënten na ongeveer 8 tot 12 weken nieuwe symptomen ontwikkelen, is een langetermijnstrategie noodzakelijk. De optimale behandeling is systematische toediening van infliximab om de 8 weken. Episodische behandeling bij symptomen van recidief is een andere mogelijkheid, doch is minder efficiënt en vaak geassocieerd met de vorming van antistoffen tegen infliximab (ATI). Wanneer episodische behandeling wordt gegeven, is concomitante immunosuppressieve therapie (azathioprine/6-mercaptopurine of methotrexaat) noodzakelijk. Er zijn nog geen gegevens over het gebruik van infliximab als eerstelijnsbehandeling bij de ziekte van Crohn.
De gegevens over het gebruik van infliximab bij patiënten met colitis ulcerosa spreken elkaar tegen en de resultaten van grote gecontroleerde studies dienen afgewacht te worden.
Problemen met infliximab omvatten grotendeels de antistofvorming die geassocieerd is met het optreden van infuusreacties en met een verminderde respons op de behandeling. Neveneffecten van anti-TNF-a-behandeling omvatten tuberculose, demyeliniserende ziekte en verergering van congestief hartfalen. Er lijkt geen verhoogd risico te zijn van het ontstaan van maligniteiten.





Optimization of efficacy and safety of anti-TNF-alpha therapy in IBD
Infliximab, a chimeric monoclonal IgG1 antibody to TNF-a is indicated for the treatment of refractory luminal and fistulizing Crohn’s disease. In patients with luminal disease a single I.V. dose of 5 mg/kg is efficacious, in fistulizing disease an I.V. loading therapy with 5 mg/kg at weeks 0,2 and 6 is advocated. Since the majority of patients will relapse if not retreated, a long-term strategy is necessary. The optimal long-term approach is a systematic retreatment with 5 mg/kg 8-weekly. Episodic therapy on relapse is also possible, but is less efficacious and frequently associated with problems resulting from the formation of antibodies to infliximab (ATI). If treatment is episodic, maintenance therapy with immunosuppression (azathioprine/6-mercaptopurin or methotrexate) is mandatory. Infliximab is also indicated to treat corticosteroid dependent Crohn’s disease and extra-intestinal manifestations of Crohn’s disease. There are no data yet that support its use as first line therapy.
The data in ulcerative colitis (UC) are conflicting and we should await the results of two large controlled trials (ACT1 and ACT2) to position infliximab in the treatment of UC.
Safety problems with antibody treatment mainly concern immunogenicity leading to infusion reactions, loss of response and serum sickness-like delayed infusion reactions. The rate of opportunistic infections is increased mainly in patients treated concomitantly with immunosuppression. Adverse events associated with anti-TNF strategies are tuberculosis, demyelinating disease and worsening of congestive heart failure. Malignancy rates in patients treated with anti-TNF strategies do not seem to be increased.

download article




100.25.214.89.