PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Preventie van neonatale infectie na peripartale blootstelling aan varicella
Author(s): TERWECOREN A, VANHAESEBROUCK P, GOOSSENS L, JEANNIN P
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 18   Date: 2004   
Pages: 1332-1339
DOI: 10.2143/TVG.60.18.5001987

Abstract :
Varicella is een zeldzame aandoening bij de pasgeborene, maar kent in specifieke gevallen een ernstige of fatale afloop. Dit risico is bijzonder hoog bij de neonatus tijdens peripartale transplacentaire overdracht vóór zich maternale antistoffen tegen het varicella-zostervirus (VZV) hebben kunnen vormen. Dit doet zich precies voor als de moeder varicella doormaakt in een periode van 5 dagen vóór tot 2 dagen na de geboorte. De ernstige vorm van neonatale varicella komt dan ook typisch tot uiting tussen de 5de en 12de levensdag. Voordien en later is het klinisch beloop doorgaans milder.
Extreem prematuren en neonati met een zeer laag geboortegewicht vormen een tweede risicogroep bij blootstelling aan varicella, ongeacht de immuunstatus van hun moeder.
Beide risicogroepen dienen profylactisch behandeld te worden met varicella-zosterspecifieke immunoglobulinen (VZIG). Gefaseerde associatie van aciclovir 7 dagen nà de maternale rash is wellicht een belangrijke aanwinst bij de profylactische aanpak van transplacentair verworven neonatale varicella. Deze gefaseerde aanpak – VZIG en later aciclovir – kan ook overwogen worden bij extreem preterme neonati na contact met een varicellapatiënt. Profylactische immunotherapie met VZIG bij postnatale varicellablootstelling is te overwegen in de neonatale periode (0-28 dagen) zo de moeder seronegatief is. Eens neonatale varicella aanwezig is, dient de neonatus uit de aangehaalde risicogroepen onmiddellijk behandeld te worden met intraveneus toegediend aciclovir. In de nabije toekomst zal de discussie gevoerd worden over het al dan niet vaccineren tegen varicella, vooral bij risicogroepen.





Prophylaxis in perinatal varicella
Varicella-zoster infection is uncommon in the newborn infant. However, the risk of severe illness and mortality is exceptionally high in case of transplacentally transmitted infection before maternal antibodies have been synthesized and passively transmitted to the unborn infant. This high-risk period occurs precisely when the mother develops a varicella rash between 5 days before and 2 days after delivery. The severe form of neonatal varicella is thus typically present between the 5th and 12th day of life. Before and after this period, the clinical course is usually mild.
Extremely preterm and very-low-birth-weight (VLBW) infants represent a second group at increased risk in case of varicella exposure, regardless of the maternal immune status for chickenpox.
Both risk groups should be treated prophylactically with varicella-zoster specific immunoglobulins (VZIG). VZIG given very soon after exposure and combined with a delayed administration of aciclovir 7 days later, is possibly an adjunctive approach for the prevention of transplacentally transmitted neonatal infection, as well as for postnatal exposure in high-risk preterm or VLBW-infants. Prophylactic immunotherapy with VZIG for neonates who were exposed postnatally to VZV can be considered during the neonatal period, if the mother is still seronegative. Intravenous aciclovir should be administered immediately if a high-risk neonate develops varicella. In the near future, active immunization with a varicella vaccin, especially for a well-defined population at risk, will be discussed.

download article




52.200.130.163.