PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Vaccinaties in relatie tot astma en allergie
Author(s): MALFROOT A
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 20   Date: 2004   
Pages: 1476-1481
DOI: 10.2143/TVG.60.20.5002008

Abstract :
Astma en allergie zijn complexe aandoeningen die onder invloed staan van genetische en omgevingsfactoren. De laatste 10 jaar is de prevalentie enorm gestegen in landen met een "westerse levensstijl" waar er paradoxaal minder pollutie is en hygiënischer levensomstandigheden heersen.
Een mogelijke hypothese is dat er door de moderne levensomstandigheden en vaccinatieprogramma’s minder infecties zijn tijdens de eerste levensmaanden. Minder stimulatie door infecties en endotoxine brengt een vertraagde maturatie van het immuunstelsel mee naar de Th1-respons (interferon gamma, IgA, IgG) en veroorzaakt een langer in stand houden van de Th2-toestand (IgE) waarmee het kind wordt geboren, leidend tot atopie in plaats van tolerantie.
Men speculeerde dat het vermijden van kinderziekten zou voorbestemmen tot allergie. Men vond ook een mogelijke bescherming door BCG-vaccinatie tegen allergie. Recente studies toonden geen verband aan tussen atopie en vaccinaties, noch met de oude vaccins, noch met de geconjugeerde en de acellulaire vaccins.
Er is dus geen wetenschappelijk bewijs dat het weglaten van vaccinaties zou kunnen bijdragen tot een vermindering van allergische aandoeningen. Allergische kinderen moeten de routinevaccinatieschema’s volgen, het mazelen-bof-rubellavaccin inbegrepen, ook bij kippenei-allergie. Bij kinderen met matig tot ernstig astma is een jaarlijkse vaccinatie tegen griep aangewezen.





Relationship between asthma and allergy
Asthma and allergy are complex disorders influenced by genetic and environmental factors. In recent decades their prevalence has increased steadily in developed countries with "Western lifestyle" where paradoxically the quality of the outdoor air, sanitation and nutrition have improved significantly. This was clearly revealed by comparisons between the former east and west Germany after reunification.
The reasons for this increase are unclear. It has been hypothesised that a reduction in infections and endotoxin stimulation as well as the influence of immunisation programs contribute to this rising prevalence. This "hygiene-hypothesis" is explained by changes in the type and level of stimulation in early life from the microbial environment and due to improved hygiene. This is responsible for a delayed development of Th1 immune responses (interferon gamma, IgA, IgG) in favour of a persistent postnatal Th2 status (IgE) predisposing to sensitisation instead of tolerance. It has been speculated that lack of early exposure to communicable diseases such as measles may have increased atopic disease and that an inverse correlation between tuberculin response and atopy may exist.
Recent studies however failed to demonstrate an association between atopy and any of the recommended childhood vaccines (neither the older vaccines, nor the recent ones including hepatitis B, conjugated and acellular vaccines), so that no scientific evidence exists supporting restraining of childhood immunisation to decrease atopy.
Allergic children should receive routine national vaccinations, including measles-mumps-rubella vaccine, also in those with egg allergy. Moreover annual influenza vaccination is recommended in children with moderate to severe asthma.

download article




54.226.73.255.