PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Cardiale kernspintomografie (MRI) bij de evaluatie van de tetralogie van Fallot
Author(s): SUYS B, DEVOS D, PAELINCK B, DENDALE P, DE SUTTER J, FRANÇOIS K, ACHTEN R, PARIZEL P
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 21   Date: 2004   
Pages: 1530-1535
DOI: 10.2143/TVG.60.21.5002015

Abstract :
Hoewel echocardiografie en angiografie nog steeds de meest gebruikte beeldvormende technieken zijn, wordt het meer en meer duidelijk dat kernspintomografie (MRI), als niet-invasieve techniek, belangrijke toegevoegde waarde kan hebben bij congenitale hartafwijkingen.
MRI kan een specifieke bijdrage leveren bij patiënten na chirurgische correctie van tetralogie van Fallot (TOF). Het is dan nodig een techniek te hebben die informatie geeft over a) residuele anatomische problemen, b) de graad van eventuele restvernauwingen op de longslagaders, c) de graad van pulmonalisinsufficiëntie, d) de afmetingen en functie van beide ventrikels, zowel tijdens systole als diastole. Transthoracale echocardiografie heeft bij deze patiënten vaak beperkingen, door het gebrek aan beeldkwaliteit – vooral bij oudere patiënten – en aan goede kwantitieve methoden om de rechterventrikelfunctie en de pulmonalisinsufficiëntie te beoordelen.
MRI is op dit moment overigens de enige techniek die wél kwantitatieve informatie geeft over restpulmonalisinsufficiëntie, een belangrijke prognostische factor, en dus erg belangrijk bij de opvolging van deze patiënten, ook voor de timing van het plaatsen van een eventuele vervangklep. Onlangs werd het met MRI ook mogelijk de longvaten op een angiografische manier voor te stellen, door gebruik van gadoliniumcontraststof en driedimensionale scantechnieken. MRI heeft vanwege de nood aan sedatie of algemene anesthesie echter beperkingen bij jonge kinderen, waardoor transthoracale echocardiografie bij deze jonge patiënten voorlopig de eerste keuze blijft.





Cardiac magnetic resonance imaging inthe evaluation of tetralogy of Fallot
Although echocardiography and angiography still are the most widely used imaging modalities, magnetic resonance imaging (MRI) can be a valuable noninvasive adjunct to plan effective management of congenital heart disease.
MRI offers particular advantages in patients who underwent surgical repair of tetralogy of Fallot (TOF). In the follow-up of these patients, an imaging technique is required to provide information on a) residual anatomic problems, b) the importance of a possible residual pulmonary stenosis, c) the amount of pulmonary regurgitation and d) systolic and diastolic biventricular size and function. Transthoracic echocardiography often has limitations in these patients, due to poor image quality especially in adult patients, and does not allow quantitative evaluation of the right ventricular function and the amount of pulmonary regurgitation.
MRI is actually the only imaging technique that provides quantitative information on residual pulmonary regurgitation, an important determinant of outcome after repair of TOF, and is very useful in the follow-up of these patients, also for the timing of an eventual pulmonary valve replacement. Moreover, gadolinium-enhanced MRI has become an attractive technique in visualizing the pulmonary vessels in an angiographical format. MRI however has limitations in small children; to obtain adequate images, sedation or general anesthesia is needed. Therefore transthoracic ultrasound remains often the first-line noninvasive method in young children.

download article




54.162.151.77.