PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: VWOG-Oncologieregistratie 1998-2002. Deel 5: ovariumcarcinoom
Author(s): VERGOTE I
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 62    Issue: 11   Date: 2006   
Pages: 853-858
DOI: 10.2143/TVG.62.11.5002488

Abstract :
De Vlaamse Werkgroep Oncologische Gynaecologie (VWOG) registreerde 1 094 maligne ovarium-, tuba- en peritoneumtumoren in de periode 1998-2002. Bij 945 patiënten (86,4%) ging het om een primair epitheliaal carcinoom; 16% van deze gevallen waren borderlinetumoren. De chirurgische behandeling bestond uit hysterectomie met bilaterale adnexectomie en omentectomie die werd uitgevoerd bij 621 patiënten (66%). Een lymfadenectomie werd in deze groep uitgevoerd bij 331 patiënten (35%). Gemiddeld behandelden slechts 2 centra meer dan 20 gevallen per jaar.
Bij 328 van de 945 patiënten (35%) was de tumor beperkt tot één of beide ovaria (FIGO stadium I). Bij slechts 52 patiënten werd een fertiliteitsparende chirurgie uitgevoerd.
In de groep van 407 patiënten met een invasieve epitheliale tumor stadium III werd enkel een diagnostische ingreep uitgevoerd bij 95 patiënten (23%). De overige 312 patiënten ondergingen debulkingchirurgie waarvan 58 met een darmresectie (19%).
Het is opvallend dat vrij weinig patiënten met een vroegtijdig ovariumcarcinoom een fertiliteitsparende ingreep ondergingen, en dat anderzijds een laag percentage van de patiënten met een hoogrisico-stadium-I-ovariumcarcinoom een volledige stagering of adjuvante chemotherapie kregen. Bij de gevorderde stadia valt op dat het aantal patiënten die optimale cytoreductieve chirurgie ondergingen zeer hoog ligt in vergelijking met de internationale literatuurgegevens.





Registration of cancer of the ovary in Flanders, Belgium
The “Vlaamse Werkgroep Oncologische Gynaecologie” (Flemish Working Party on Gynaecologic Oncology) registered 1094 malignant ovarian, fallopian tube and peritoneal cancers in the period 1998-2002 (1036, 20 and 38, respectively). In 945(86%) patients a primary epithelial carcinoma was diagnosed. The standard surgical treatment consisted of hysterectomy, bilateral salpingo-oophorectomy and omentectomy. A lymphadenectomy was performed in only 331(35%) of the patients. Only 2 centres treated more than 20 cases per year.
In 328 of the 945 patients (35%), the tumour was localised in one or both ovaries (FIGO Stage I). In only 52 patients (16%), a fertility sparing surgery was performed.
In the group of 407 patients with an invasive epithelial tumour Stage III, a diagnostic procedure only was performed in 95 patients (23%) (74 laparoscopy, 10 laparotomy, 11 puncture). The other 312 patients underwent debulking surgery. The largest residual tumour mass was known in 284 patients and of this group 230(81%) had a largest residual tumour mass smaller than one centimetre.
This registration gives important information on the primary treatment of ovarian and fallopian tube carcinomas in Flanders. It is noteworthy that relativly few patients with early ovarian cancer underwent a fertility sparing operation. Furthermore, a low percentage of the patients with high risk of Stage I ovarian cancer underwent an optimal staging procedure and adjuvant chemotherapy. In the advanced stages, the number of patients with optimal debulking surgery was high, when compared to the international literature.

download article




3.90.56.90.