PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Beleid bij uteriene sarcomen
Author(s): COOSEMANS A, DEBIEC-RYCHTER M, TIMMERMAN D, VERGOTE I, AMANT F
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 66    Issue: 20   Date: 2010   
Pages: 953-958
DOI: 10.2143/TVG.66.20.2000838

Abstract :
Het uterien sarcoom is een zeldzame maar agressieve vorm van baarmoederkanker. De 2 meest voorkomende pathologische typen zijn het leiomyosarcoom (LMS) en het endometriaal stromaal sarcoom (ESS).
De LMS vertonen een agressief groeipatroon en hebben bijgevolg een zeer sombere prognose (10% in stadium III en IV). De hoeksteen van de behandeling bij de vroege stadia is hysterectomie met bilaterale salpingo-oöforectomie bij de postmenopauzale vrouw en zonder lymfadenectomie. Er is geen bewezen nut van adjuvante chemo- en radiotherapie. Bij een recidief is men meestal op chemotherapie aangewezen. Doxorubicine is hier de eerste keuze. In een selecte groep van tumoren kunnen hormonen zoals progestagenen gebruikt worden.
De ESS vertonen een veel trager groeipatroon, wat ervoor zorgt dat ze ook laattijdig kunnen recidiveren. Algemeen is de overleving beter dan bij de LMS. Hysterectomie zonder lymfadenectomie is de standaardbehandeling bij de vroege stadia. Het wegnemen van de ovaria wordt op individuele basis beslist. Adjuvant kan geopteerd worden voor het geven van progestagenen gedurende 2 jaar, doch prospectieve studies ontbreken in dit verband. Maximale cytoreductieve chirurgie en adjuvante hormonale therapie blijven de behandelingsopties, zowel bij late stadia als bij recidief.





Management of uterine sarcoma
Malignant pure mesenchymal uterine tumours encompass endometrial stromal sarcoma (ESS), uterine leiomyosarcoma (LMS) and undifferentiated sarcomas. The purpose of this review is to present the essential information on pathology, preoperative diagnosis and standard treatment of LMS and ESS. The latter refers to low-grade ESS and is distinctive from undifferentiated uterine sarcomas. Several features at ultrasonography and magnetic resonance imaging may raise suspicion of a uterine sarcoma; however, there are no pathognomonic features on any imaging technique.
In early stage disease and both for ESS and LMS, hysterectomy with bilateral salpingo-oöphorectomy but without lymphadenectomy is the standard surgical treatment. The clinical benefit of chemotherapy is limited, underscoring the importance of targeted therapy. ESS and LMS are moving by different pathways resulting in a different clinical behaviour. ESS is typically a hormone sensitive tumour with an indolent growth. LMS is notorious for its aggressive growth and poor outcome. Individualisation of treatment remains mandatory since randomised trials are nearly non-existing. The progesterone and oestrogen receptors are clinically important targets for most primarily advanced or recurrent ESS and a subset of recurrent LMS. Potential future goals and targeted treatments which are under investigation, are presented for both entities.

download article




18.212.243.191.