PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: De pil in 2012, beter dan in 1960?
Author(s): VERHAEGHE J
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 68    Issue: 24   Date: 2012   
Pages: 1172-1177
DOI: 10.2143/TVG.68.24.2001301

Abstract :
De pil in 1960 was een hoog gedoseerd preparaat bestaande uit een krachtig oestrogeen (ethinylestradiol, EE) en progestageen (een derivaat van 19-nortestosteron), met inname gedurende drie op vier weken. Sindsdien werden de steroïdendoses geleidelijk verlaagd en werden nieuwere progestagenen geïntroduceerd. Tweedegeneratiepillen bevatten levonorgestrel, dat een zekere androgeniciteit behoudt en metabool suboptimaal is. Derdegeneratiepillen bevatten desogestrel of gestodeen, die niet-androgeen zijn, maar in combinatie met EE neemt de hepatische oestrogeniciteit toe, wat leidt tot een verhoogde incidentie van veneuze trombo-embolie (VTE). Hetzelfde geldt voor pillen met EE en een anti-androgeen progestageen (cyproteronacetaat of drospirenon).
Er is evenwel reden voor optimisme dankzij betekenisvolle vernieuwingen: niet-orale vormen van oestroprogestagenen (die echter de incidentie van VTE niet verlagen) en een verkort of afwezig gebruiksvrij interval om de therapietrouw en de anticonceptieve veiligheid aan te zwengelen en de neveneffecten te verminderen, alsook (en vooral) de vervanging van EE door oestradiol(valeraat). Nu moeten deze vernieuwingen verder gevalideerd en gecombineerd worden voor de ontwikkeling van anticonceptieve methoden met een (quasi) continue, niet-orale vrijgave van een zo natuurlijk mogelijk oestrogeen en progestageen.





The pill in 2012: better than in 1960?
The contraceptive pill of 1960 contained a potent estrogen (ethinylestradiol or its prodrug mestranol) and progestogen (a 19-nortestosterone derivative), both in robust doses. Intake typically included a hormone-free week. Subsequently, the steroid doses have steadily diminished and the progestogen component has been altered. Still, levonor­gestrel, a component of second-generation pills, retains some androgenic properties and is metabolically suboptimal. Desogestrel and gestodene, components of third-generation pills, are non-androgenic. However, pills with ethinylestradiol and a third-generation progestogen display an enhanced hepatic estrogenicity resulting in a twofold increased risk of venous thromboembolism compared with levonorgestrel pills. The same applies to pills containing ethinylestradiol and an anti-androgenic progestogen (cyproterone acetate or drospirenone).
Luckily, meaningful innovations have been introduced: non-oral formulations (although they do not reduce the risk of venous thromboembolism), the shortening or abolishment of the hormone-free interval to improve compliance, contraceptive safety and side-effects, and especially the replacement of ethinylestradiol by the less potent estradiol (valerate).
The challenge for the future is to validate and combine these efforts to obtain a choice of non-stop, non-oral combined contraceptives containing a natural estrogen and progestogen.

download article




34.229.24.100.