PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Het piriformissyndroom: overzicht van de recente literatuur
Author(s): JENNES B, BOGAERTS S, BRUYNINCKX F, VAN WAMBEKE P, LYSENS R
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 69    Issue: 6   Date: 2013   
Pages: 275-285
DOI: 10.2143/TVG.69.06.2001354

Abstract :
Het piriformissyndroom (PS) is in een aantal gevallen een vrij omstreden diagnose bij ischiatiforme pijnklachten. PS wordt beschouwd als een vorm van ischialgie ten gevolge van extradurale prikkeling door compressie van de n. ischiadicus bij zijn verloop in de m. piriformis. In de literatuur is het debat over de klinische relevantie van PS actief aangezien er slechts beperkte mogelijkheden bestaan ter bevestiging van deze pathologie via technische onderzoeken. Toch wordt het percentage van patiënten bij wie de m. piriformis een bron van pijn vormt geschat op 6% van het totale aantal klachten van ischialgie. Zowel anamnestische (gluteale pijn en een toename van de ischias bij zitten) als klinische (lokale drukpijn ter hoogte van de incisura ischiadica major en pijntoename bij manoeuvres met een verhoogde spanning van de m. piriformis) bevindingen kunnen de diagnose laten vermoeden. Hoewel PS vroeger als een uitsluitend klinische diagnose werd beschouwd, beschrijven verschillende onderzoekers het nut van een elektromyografie (emg) met een elektrofysiologisch reflexonderzoek (Hoffmann-reflex S1) van de n. ischiadicus en een MRI van het bekken (met een MR-neurografie van de n. ischiadicus) ter mogelijke staving van de kliniek.
Er bestaat evidentie voor een conservatieve behandeling van PS aan de hand van analgetica, kinesitherapie, injecties met lokale anesthetica en/of corticosteroïden of de meer recent bestudeerde injecties met botulinetoxine. Operatief ingrijpen kan overwogen worden bij aanhoudende symptomen ondanks een conservatieve therapie.





The piriformis syndrome: overview of the recent literature
The piriformis syndrome (PS) is in certain cases quite a controversial diagnosis in sciatica. It is considered to be a form of sciatica as a result of compression of the sciatic nerve in its course at the height of the piriformis muscle. In the literature, the debate on the clinical relevance of PS is active, as only limited opportunities exist to confirm its diagnosis by means of technical studies. Still, the percentage of patients in whom the piriformis muscle is a source of pain, is estimated at only 6% of the total amount of patients with sciatica. Both anamnestic (gluteal pain and an increase of ­sciatica when sitting) and clinical (local pain at palpation of the sciatic notch and pain provocation with ­manoeuvres increasing the tension of the piriformis muscle) findings may suggest the diagnosis.
Although PS used to be considered as an exclusively clinical diagnosis, several authors describe the usefulness of an electromyography with an electrophysiological reflex examination (Hoffmann reflexes S1) of the sciatic nerve and an MRI of the pelvis (with an MR neurography of the sciatic nerve) as a possible way to support the clinical examination. There is evidence for a conservative treatment of PS based on analgesics, physiotherapy, injections of local anesthetics and/or corticosteroids, or the more recently studied botulinum neurotoxin injections. Surgery may be considered when the symptoms persist despite conservative therapy.

download article




54.221.145.174.