PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Gastro-intestinale manifestaties van het cytomegalovirus in niertransplantatiepatiënten: klinisch beeld, diagnostische oppuntstelling en behandeling
Author(s): DECKX S, DE MOOR B, DEJAGERE T
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 69    Issue: 7   Date: 2013   
Pages: 339-345
DOI: 10.2143/TVG.69.07.2001365

Abstract :
Het cytomegalovirus (CMV) is nog steeds de belangrijkste virale pathogeen na een niertransplantatie met, sinds de invoer van universele profylaxe, gastro-intestinale CMV-ziekte als meest voorkomende uiting van weefselinvasieve ziekte.
Elk deel van de gastro-intestinale tractus kan aangedaan zijn. Bij niertransplantatiepatiënten wordt CMV het vaakst aangetroffen in de bovenste gastro-intestinale tractus en dan eerder in het duodenum dan in de maag. De diagnose berust op een combinatie van klinische symptomen, endoscopische laesies en het aantonen van CMV op weefselstalen. Belangrijk is dat het aantonen van CMV in het bloedcompartiment niet vereist is wegens de lage sensitiviteit van de beschikbare assays. Dit is onder andere te wijten aan de mogelijkheid van gecompartimentaliseerde ziekte met lage of onopspoorbare “viral loads”. Dit heeft ook zijn gevolgen op het gebied van beslissingen aangaande de duur van de behandeling. Het consensuscriterium van de virologische klaring is immers niet zonder meer toepasbaar aan­gezien de viral loads bij de aanvang van de behandeling reeds onopspoorbaar kunnen zijn en de virologische klaring de klaring uit de weefsels kan voorafgaan. Dit weerspiegelt zich in de nog steeds hoge hervalratio’s. Voorlopig kan enkel uitgebreide CMV-ziekte in aanmerking komen als significante risicofactor voor herval.
Meer onderzoek is nodig naar factoren waarmee men de behandeling kan verfijnen. De toekomst ligt misschien bij de CMV-specifieke T-celassays die patiënten met een verhoogd risico, te wijten aan een CMV-specifieke immuundeficiëntie, kunnen identificeren.





Gastrointestinal manifestations of the cytomegalovirus following a kidney transplantation: symptoms, diagnosis and treatment
The cytomegalovirus (CMV) remains the most important viral pathogen following a kidney transplantation. Since the introduction of universal prophylaxis, CMV pneumonitis is replaced by gastrointestinal CMV disease as the most common manifestation of tissue-invasive CMV disease.
The D+/R- serostatus (donor-positive/receptor-negative) is the most important risk factor in the development of CMV disease due to the absence of specific immunity. Every part of the gastrointestinal tract may be affected, but in kidney transplant recipients CMV is found more often in the upper gastrointestinal tract than in the lower, and more frequently in the duodenum than in the stomach.
The diagnosis of gastrointestinal CMV disease is made in the presence of clinical symptoms, endoscopic lesions and the detection of CMV in tissue samples. A positive antigenemia assay or polymerase chain reaction (PCR) result is not required since gastrointestinal CMV disease is occasionally localized or compartmentalized, resulting in very low or undetectable viral loads. This also complicates the decisions regarding the duration of the treatment.
The consensus criterion of virologic clearance is not readily applicable to gastrointestinal CMV disease because of the possible compartmentalized nature of the disease. This is reflected in the high relapse rates. Currently, the only known risk factor for a relapse of gastrointestinal CMV disease is extensive CMV disease (involvement of the upper and the lower gastrointestinal tract).
More research is needed to determine additional risk factors in order to fine-tune the treatment and reduce the risk of relapse. Perhaps CMV-specific T-cell assays are the solution since they can identify patients who are at an increased risk due to a persistent CMV-specific immunodeficiency.

download article




3.80.224.52.