PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Beoordeling van de werk (on)bekwaamheid bij oudere werknemers door huisarts en verzekeringsarts
Author(s): NASSEN J, DEWITTE H, DE RAEVE G, COOLS J, BUNTINX F
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 72    Issue: 21   Date: 2016   
Pages: 1215-1223
DOI: 10.2143/TVG.72.21.2002212

Abstract :
De Vlaamse Regering wil de uittredeleeftijd voor werknemers verhogen om toenemende vergrijzing het hoofd te bieden. De vraag stelt zich of er nog veel winst in werkbekwaamheid te behalen valt bij personen tussen 55 en 65 jaar die momenteel niet werken. De onderzoeksvragen voor deze bijdrage waren de volgende:
Er werd een cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd in een gestratificeerde toevalssteekproef (n = 200) van mensen tussen 55 en 65 jaar. Daarnaast werd de medische werkonbekwaamheid beoordeeld door de eigen huisarts en twee medisch adviseurs van ziekenfondsen op basis van routinegewijs in het elektronisch medisch dossier van de huisarts geregistreerde en geanonimiseerde patiëntengegevens.
1. Wat is de beoordeelde langdurige volledige medische arbeidsongeschiktheid en is er verband met geslacht, werktype en chronische ziekten?
2. In welke mate komen beoordelingen door de huisarts en door medisch adviseurs van ziekenfondsen overeen?
De drie beoordelaars scoorden elk minstens een derde van de patiënten als langdurig volledig arbeidsongeschiktheid. De kans om als volledig arbeidsongeschikt (AO) beoordeeld te worden was groter (x 3) bij “blue collar workers” (overwegend fysieke arbeid) versus “white collar workers” (overwegend intellectuele arbeid), bij meer en belangrijker comorbiditeit en bij mannen. Er was geen goede overeenkomst tussen de werkonbekwaamheidsbeoordelingen door de verschillende artsen (hoogste kappa-waarde = 0,38 (95%-betrouwbaarheidsinterval (BI): 0,24-0,52)).
Tussen 55-65 jaar komt minstens één op drie niet in aanmerking voor eventuele loopbaanverlenging vanwege langdurige volledige medische arbeidsongeschiktheid. Deze beoordeling dient individueel te gebeuren met aandacht voor geslacht, werktype en chronische ziekten. De belangrijke interdokter­variatie in werkonbekwaamheidsbeoordelingen illustreert de noodzaak aan “evidence-based” richtlijnen.






Assessment of the working (in)ability of older employees by general practitioners and insurance physicians
In order to cope with increasing ageing, the Flemish government intends to increase the age of retirement. The question arises if much gain in working competence can be obtained in people between age 55-65 who presently do not work.
1. What is the estimated degree of medical working ability and is this related to gender, type of work, chronic co-morbidity?
2. What is the inter-observer variability between general practitioners and insurance physicians?
A cross-sectional study in a stratified random sample of 200 people between age 55-60 was conducted. Medical working ability was independently assessed by the GP and two insurance physicians, based on the information of the general practitioner’s files.
Research questions were:
All three observers classified at least one third as long term complete medically unable to work. The likelihood of inability was larger in blue than white collar workers (x 3), in males and with more serious co-morbidity.
The inter-observer agreement was weak (best kappa = 0.38).
Between age 55-65, at least one third of the population is medically not fit for prolonged work. This likelihood is modulated by type of work, gender and co-morbidity.
The important degree of inter-doctor variation in working inability assessments illustrates the need of evidence-based guidelines.


download article




54.226.73.255.