PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: De nieuwe orale anticoagulantia bij niet-valvulaire voorkamerfibrillatie
Author(s): VAN BRABANDT H, DUBOIS C, SAN MIGUEL L, VAES B
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 73    Issue: 6   Date: 2017   
Pages: 366-372
DOI: 10.2143/TVG.73.06.2002301

Abstract :
In de optimale omstandigheden van een gerandomiseerde klinische studie (RCT) hebben de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC’s) een beperkt voordeel tegenover de vitamine K-antagonisten. Het gecombineerde jaarlijkse risico op ischemische beroerte, hersenbloeding en systeemembolie, wat het primaire eindpunt was in deze studies, lag met NOAC’s in de standaarddosis 0,3 à 0,6% lager dan met een vitamine K-antagonist. Dit voordeel is in deze RCT’s mogelijk nog overschat wegens een aantal methodologische beperkingen in de studies die in het voordeel waren van de NOAC’s.
Dat NOAC’s geen monitoring van de bloedstolling vereisen, is op zich een belangrijk voordeel. Het heeft echter ook geleid tot een onverwacht ongewenst effect. Artsen schrijven vaak lagere NOAC-­doses voor dan die waarmee in RCT’s de beste werkzaamheid aangetoond werden. Zij worden hierin gesteund door de Europese regulerende instanties, industrie en richtlijnontwikkelaars die, zoals ook de voorschrijvende artsen, beducht zijn op bloedingen. In België neemt 43% van de chronische NOAC-gebruikers de gereduceerde dosis. Door de onmogelijkheid om het effect van een NOAC op de bloedstolling te meten, blijven artsen in het ongewisse of hun patiënt aan wie ze de gereduceerde dosis voorschreven even goed beschermd is tegen beroerte als met een vitamine K-antagonist.
Van het beperkte voordeel dat de NOAC’s in RCT’s tegenover vitamine K-antagonisten hebben, gaat in de dagelijkse praktijk mogelijk nog een deel verloren.






Novel oral anticoagulants in non-valvular atrial fibrillation
Under optimal conditions of a randomised controlled trial (RCT), novel oral anticoagulants (NOACs) perform slightly better than vitamin K antagonists. The yearly combined risk of ischemic stroke, cerebral bleeding and systemic embolism, representing the primary endpoint in these trials, was 0.3 to 0.6% lower in patients allocated to the standard dose of the NOAC, compared to those on a vitamin K
antagonist. This advantage might even be overoptimistic, given methodological limitations in the trials, favouring the NOACs.
The fact that NOACs require no monitoring of haemostasis represents an important advantage. However, it did also lead to an unexpected undesirable effect. Physicians often prescribe lower doses of NOACs than those that showed the most favourable effects in the RCTs. This practice is supported by ­regulatory agencies, industry and guideline developers alike, all of them, including the prescribing physicians, reluctant to induce ­bleeding. In Belgium, 43% of patients on chronic NOAC therapy, take the reduced dose of the drug. Since coagulation monitoring in these patients is not possible, physicians remain unaware whether a patient who takes a NOAC in the reduced dose is as good protected against stroke than if he were taking a vitamin K-antagonist.
The slightly better advantage of NOACs against vitamin K-antagonist demonstrated in clinical trials may further diminish in real-world practice.


download article




3.88.156.58.