PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: De behandeling van congenitale aortaklepstenose. Evolutie in chirurgische techniek - de Ross-operatie
Author(s): FRANÇOIS K, DE WOLF D, MATTHYS D, VERHAAREN H, VAN NOOTEN G, , , , , , , , , ,
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 56    Issue: 21   Date: 2000   
Pages: 1539-1546
DOI: 10.2143/TVG.56.21.5000886

Abstract :
De behandeling van congenitale aortaklepstenose bij zuigelingen en jonge kinderen blijft een moeilijk probleem.

In de helft van de gevallen bestaat de eerste aanpak uit het openmaken van de vernauwde klep door ballondilatatie of chirurgische valvotomie.

In een later stadium dient voor een meer definitieve therapie te worden gekozen, met name klepvervanging. De aortaklep kan vervangen worden door een mechanische prothese, een bioprothese of een homograft. Elk van deze technieken heeft echter voor- en nadelen. Geen enkele van deze klepsubstituten heeft enig groeipotentieel, zodat bij opgroeiende kinderen op latere leeftijd zeker een heringreep noodzakelijk wordt. Bioprothesen en homografts degenereren vrij snel op jonge leeftijd, en het gebruik van mechanische kleppen blijft geassocieerd met trombo-embolie of bloedingen.

Een alternatief voor de klassieke klepvervanging bestaat uit de Ross-operatie, waarbij de aortaklep vervangen wordt door de pulmonalisautograft en de eigen longslagaderklep door een pulmonalishomograft. Deze techniek biedt het voordeel dat de klep in aortapositie meegroeit met het kind. De Ross-operatie kan worden uitgevoerd met zeer lage chirurgische morbiditeit en mortaliteit, en leidt tot een snelle verbetering van de linkerkamerfunctie. De klinische resultaten op middellange termijn zijn zeer goed. Bij opgroeiende kinderen draagt dit type operatie dan ook onze voorkeur weg.





Geen abstract

download article




3.85.143.239.