PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Farmacogenetica bij inflammatoire darmziekten: relevantie voor de clinicus
Author(s): VERMEIRE S
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 60    Issue: 17   Date: 2004   
Pages: 1256-1261
DOI: 10.2143/TVG.60.17.5001961

Abstract :
De huidige behandeling van inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) (IBD) bestaat uit een combinatie van 5-aminosalicylaten, corticosteroïden, antibiotica, immunosuppressiva en de nieuwere biologische behandelingen waaronder anti-TNF-a-antistoffen. Ondanks de bewezen doeltreffendheid van elk van deze geneesmiddelen is de individuele respons in de klinische praktijk zeer variabel. Men kan stellen dat ongeveer 20% van de patiënten niet beantwoordt aan of bijwerkingen vertoont op geneesmiddelen.
Met de toenemende kennis van het menselijk genoom probeert men om de respons op een bepaalde therapie en de geneesmiddelgerelateerde toxiciteit individueel te voorspellen, gebaseerd op het genotype of de erfelijke sequentie van een patiënt. De toepasbaarheid ervan bij IBD is heden ten dage alleen klinisch relevant voor azathioprine en 6-mercaptopurine. Mutaties of polymorfismen in het thiopurinemethyltransferase(TPMT)-gen zijn geassocieerd met een verminderde activiteit van het TPMT-enzym en met een verhoogd risico van beenmergtoxiciteit.
De bepaling van azathioprinemetabolieten (6-TGN en 6-MMP) kan nuttig zijn in de klinische praktijk en is in staat om de therapie individueel aan te passen en om ernstige neveneffecten op tijd te onderkennen en te voorkomen. Het is te verwachten dat de farmacogenetica in de nabije toekomst ook zal aangewend worden voor andere geneesmiddelen, doch meer onderzoek is nodig.





Pharmacogenetics in inflammatory bowel disease: clinical relevance
The current treatment of the inflammatory bowel diseases (IBD), Crohn’s disease (CD) and ulcerative colitis (UC), comprises a combination of 5-aminosalicylates (5-ASA), corticosteroids, antibiotics, immunosuppressive agents (azathioprine, 6-mercaptopurin, methotrexate, cyclosporin) and infliximab. Despite the effectiveness of each of these drugs, the response obtained in clinical practice is very variable. An overall 20% therapy-refractoriness is seen, regardless of the drug. This, together with the occurrence of drug-related toxicity accounts for increased complication rates, prolonged hospitalisation and need for surgery. Unfortunately, in most cases we are unable to predict which patient will respond to a prescribed drug.
It is known that genes interfere with the metabolising pathways of drugs and that they may influence the clinical response and the drug-related toxicity. With increasing knowledge of the polymorphisms within the human genome sequence, one tries to optimise a patient’s treatment based on his/her genotype. The Thiopurine Methyl Transferase (TPMT) gene plays a role in the metabolism of azathioprine and 6-mercaptopurin and is currently the best example of applied pharmacogenetics in IBD. Polymorphisms within TPMT are associated with a decreased activity of the enzyme and with increased risk of myelotoxicity. On the other hand, patients who preferentially metabolise azathioprine through TPMT are at increased risk of developing hepatotoxicity.
The measurement of azathioprine metabolites (6-TGN and 6-MMP) seems useful in clinical practice and allows individual optimisation of treatment and avoidance of serious drug-related side effects. Besides azathioprine, it is expected that pharmacogenetics will also be applied in the near future for other drugs, but more studies are needed.

download article




35.175.200.4.