PEETERS ONLINE JOURNALS
Peeters Online Bibliographies
Peeters Publishers
this issue
  previous article in this issuenext article in this issue  

Document Details :

Title: Perioperatief beleid bij gebruik van antitrombotica
Author(s): VANDERMEULEN E, VERHAEGHE R, VERHAMME P
Journal: Tijdschrift voor Geneeskunde
Volume: 65    Issue: 22   Date: 2009   
Pages: 1070-1080
DOI: 10.2143/TVG.65.22.2000654

Abstract :
Het al dan niet preoperatief onderbreken van een chronische behandeling met antitrombotica, of het al dan niet substitueren ervan, wordt bepaald door de afweging van de kans op chirurgische bloeding bij het verderzetten van de behandeling of het instellen van een substitutietherapie bij onderbreking enerzijds versus de kans op trombose bij het onderbreken en/of het niet-substitueren anderzijds. Bij het bepalen van de uiteindelijke strategie spelen de initiële indicatie voor de antitrombotische behandeling en de geplande ingreep een zeer belangrijke rol.
Het perioperatief verderzetten van een chronische behandeling met acetylsalicylzuur verhoogt meestal enkel het aantal mineure bloedingsverwikkelingen, terwijl het preoperatief stoppen ervan leidt tot meer trombotische verwikkelingen. Recente aanbevelingen stellen voor acetylsalicylzuur perioperatief niet te onderbreken indien er duidelijke indicaties zijn, behalve bij chirurgische ingrepen met een hoog bloedingsrisico.
De thiënopyridinen worden wel 7 dagen op voorhand gestaakt behalve bij patiënten die recent een coronaire stent kregen.
Het onoordeelkundig aanwenden van epidurale of spinale anesthesie bij patiënten die een chronische antitrombotische behandeling krijgen, kan leiden tot een spinaal hematoom met sensorische en motorische problemen. Om deze reden werden praktische richtlijnen gepubliceerd die een veilige aanwending van dit soort regionale anesthesietechnieken moet mogelijk maken.





Perioperative strategy during the chronic use of antithrombotics
Whether or not a chronic treatment with antithrombotics should be preoperatively interrupted and substituted, is determined by the risk of surgical bleeding if the treatment is not interrupted or substituted and by the risk of thrombosis in case of interruption or non-substitution. The most important factors are the initial indication for the antithrombotic treatment and the surgical intervention that is planned.
The perioperative continuation of a chronic treatment with acetylsalicylic acid merely increases the incidence of minor but not major bleeding complications, while preoperative interrruption increases the risk of thrombotic events. Recent recommendations no longer propose the routine preoperative withdrawal of acetylsalicylic acid used in secondary prevention, with the exception of surgical interventions with a high risk of bleeding.
Because thienopyridines are associated with a higher bleeding risk, they should be stopped preoperatively, but not in patients who recently received a coronary stent.
The injudicious use of epidural or spinal anesthetic techniques in patients treated with antithrombotics may result in spinal bleeding and cause permanent sensory and motor deficits. This has led to the development of practical guidelines that will help in the decision whether or not, or under which conditions, these regional anesthetic techniques can be safely used in anticoagulated patients.

download article




54.163.20.123.